Hoogtepunten uit de NL folkgeschiedenis

Irolt – De smid van Earnewâld (1979)

De Vlaamse groep Rum zorgde er begin jaren ’70 voor dat ook in Nederland het zingen van folk in de eigen taal meer gemeengoed werd. Nanna Kalma wilde, nadat Farmers Union uit elkaar was gegaan – hoewel geen Fries van geboorte – iets gaan doen met de Friese taal. Bij gebrek aan bronnen met traditionele Friese volksmuziek vroeg Kalma een aantal bevriende Friese dichters, onder wie Sybe Krol, om teksten te schrijven gebaseerd op historische Friese verhalen, waarbij hij zelf de muziek schreef.

Samen met zangeres Inez Timmer en een aantal gastmuzikanten werd vervolgens het eerste Friestalige folkalbum De Gudrun Sêge opgenomen en in 1975 uitgebracht. De titel verwijst naar de middeleeuwse sage rond prinses Gudrun, waarin ook een ridder met de naam Irolt een rol speelt.
Na het uitbrengen van De Gudrun Sêge kwamen er aanvragen voor optredens. Kalma en Timmer besloten om door te gaan met Irolt, dat eigenlijk alleen als studioproject was opgezet. Gitarist Hans Kerkhoven en accordeoniste Geppy Haarsma, die beiden op het album hadden meegespeeld, werden vaste bandleden. De tweede LP Kattekwea, die twee jaar later verscheen borduurde muzikaal gezien voort op de eersteling, zij het dat er nu ook viool en blokfluit te horen waren.

Het belangrijkste verschil dat op de derde LP De smid van Earnewâld met de twee voorgangers te horen was, is dat de elektrische gitaar en de drums geen deel meer uitmaken van het groepsgeluid. Dat zorgt er voor dat de nadruk meer op de tekstuele inhoud en de zang komt te liggen. Daardoor kan Inez Timmer als zangeres nog meer schitteren, maar ook de samenzang komt heel goed uit de verf.

Onbekende figuren

Opnieuw vormen oude Friese sagen, legenden en historische figuren het uitgangspunt voor de liederen. Pyt Jon Sikkema, die op Kattekwea ook al de helft van de teksten voor zijn rekening had genomen, neemt het grootste deel van de teksten op de LP voor zijn rekening. Op kant A verzorgt hij de teksten voor de drie liederen die onder het kopje “Unbekende figueren út de Fryske Skiednis” worden geschaard. Maleficius, die bij Makkum werd vermoord vanwege een onwelgevallige boodschap, en Eva Klúnhakke, die het schaatsenrijden oefent achter een stoel, spelen hierin hoofdrollen. Ook de ijzersterke openingstrack De poppe, over een vrouw die naast haar baby ook een verstoten lammetje de borst geeft, heeft een tekst van Sikkema. De teksten voor de andere nummers op kant A worden aangeleverd door Sybe Krol, Hessel van der Wal en Herke Wijnalda (elke schrijver één).
Kant twee is volledig gewijd aan “het angstaanjagende verhaal over de smid van Eernewoude”, zoals het inlegvel het epos introduceert. Kern van het verhaal is dat de geest van smid Wibo geen rust kan vinden, nadat hij – zonder het te weten – zijn broer heeft vermoord en de stad Wartena als gevolg daarvan is weggespoeld. Zijn geest doolt rond over de Friese wateren en velden en maakt tijdens de tochten nogal wat slachtoffers, die meestal noodlottig aan hun einde komen. Na bijna 19 minuten eindigt het epos met de voorspelling dat de smid pas eeuwige rust zal vinden als het dorp Earnewâld verdwenen is.

Afwisseling

De LP kent veel afwisseling. Er zijn opgewekte nummers, ballades, instrumentale stukken, a capella… En allemaal knap en mooi gedaan. Op het inlegvel dat bij de LP gestoken is staan alle teksten van de nummers in het Fries, met daarbij telkens een korte samenvatting ervan in het Nederlands én in het Engels.

Na De smid van Earnewâld maakte Irolt nog vier LP’s, om in 1987 het afscheidsoptreden te geven. In 2015 kwam het tot een reünie, ter gelegenheid waarvan een EP met vier nieuwe nummers werd uitgebracht.
Alle LP’s van Irolt zijn ook op cd uitgebracht, echter zonder aanvullende informatie. Ze zijn allemaal te bestellen via
www.nanne-ankie.nl.

 

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.